herinneringen
overzicht
David Danser (1909-1943)

Esther Meijer
Op een vrijdag mocht ik voor het eerst op de haagse markt staan, achter de kraam die mijn vader en oom David hadden gehuurd. Oom David, zijn vrouw Esther Meijer en hun dochtertje Fietje waren onze benedenburen. Veilig stond ik tussen de twee met elkaar bevriende mannen achter de kraam met tweedehands paraplu's en al gauw ontvingen we handgift. Trouwens, doordat het die dag af en toe pijpenstelen regende, waren onze paraplu's al voor het sluiten van de markt uitverkocht.

Vergeetachtige reizigers hadden die paraplu's laten staan in een trein en na verloop van tijd had de NS ze als gevonden voorwerpen in het openbaar verkocht. Zo was mijn vader aan de partij handelswaar gekomen. Eigenlijk regelde en financierde oom David handeltjes als deze. Eens was het een bakfiets vol leren handschoenen, een andere keer de complete inventaris van een garen- en bandwinkeltje.

Sinds de nederdeutsche overheid onze buurman had verboden als koopman zijn brood te verdienen, trad mijn vader bij alle transacties als stroman op. En deelde in de geringe winst, die aan het einde van een marktdag overbleef. Zo leefden twee gezinnen in de Transvaalwijk van wat hun kostwinners als kooplieden verdienden.

Maar niet voor lang. Op een dag kreeg mijn vader geen plaats meer toegewezen voor een kraam. Zoals gewoonlijk had hij zich 's-morgens al vroeg voor een plek aangemeld. Ditmaal werd hij apart genomen. Fluisterend voegde men hem toe, dat de marktmeester en de politie echt wel doorhadden, dat mijn vader en onze buurman illegaal bezig waren.

Mijn vader kon na het kortdurende koopmanschap weer aan het werk in zijn eigenlijke beroep, dat van timmerman. Onze buren evenwel werden als gevolg van het opgelegde beroepsverbod feitelijk economische vluchtelingen in hun eigen land. In 1943 zouden overijverige, gezagsgetrouwe overheidsdienaren er voor zorgen, dat zij op hun onderduikadres in het holst van de nacht werden opgepakt en weggevoerd.

Vele jaren later, bij een bezoek aan kamp Westerbork, hoorde en las ik dat David en Esther en hun dochtertje Sophia op 26 maart 1943 in Sobibor zijn vermoord. Fietje, die mijn zus Bep en ik bijna beschouwden als ons jongste zusje, was toen 6 jaar.