herinneringen
overzicht
Jacques Vermaak (1908 - 1985)

Isaak Vermaak werd als kind reeds met de roepnaam Jacques aangesproken. Men zegt, dat binnen het gezin met vijf kinderen het oudtestamentische, joodse Isaak, ook zijn vaders naam, liever door Jacques werd vervangen. Overigens, in 1931 zou Isaak zijn naam officieel laten wijzigen in Jacques Gijsbertus Vermaak. Hij deed dat omstreeks zijn vertrek van Voorschoten naar Kerkrade, waar hij zijn beroep van onderwijzer voortzette, dat hij in en om Den Haag - na zijn opleiding ervoor- uitoefende. In 1932 ging hij in Leende wonen, in "Kloosterhoef", bij de Abdij van Benedictus. Zijn naamswijziging en het "naar een klooster gaan" hingen samen met zijn overgang naar het Rooms-Katholicisme. Wellicht speelde daarbij ook vriendschap met katholieke(n) een rol. Waarom hij als tweede voornaam Gijsbertus koos is niet bekend. De naam is van germaanse oorsprong. Het zou ook kunnen, dat hij de naam van een kloostervriend gebruikte.

Ex Libris Jacques Vermaak
Kennelijk was het kloosterleven hem niet op het lijf geschreven, want tussen 5 september 1934 en 22 juli 1935 keerde hij terug naar Voorschoten. Tussen 1935 en 1940 zal hij op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag piano en orgel hebben gestudeerd. Vermoedelijk in 1939 meldde hij zich in Mechelen op de beiaardschool van Jef Denijn als leerling aan. Deze opleiding sloot hij op 3 augustus 1940 af met een "Einddiploma met Onderscheiding". Voor zijn afstuderen in Mechelen had hij reeds de eervolle opdracht vervuld - in 1939- in het Nederlandse Paviljoen op de Wereldtentoonstelling te New-York de daar door Nederland geplaatste beiaard te bespelen. In mijn bezit is een in New York door Charles Scribner's sons in 1927 uitgegeven gedichtenbundel "Ballads of the Singing Bowl, door Marjorie Allan Seiffart, met het inschrift: Jacq Vermaak NewYork 1939. Het boek is ook voorzien van een Ex Libris Jacques Vermaak, waarop een carillonklok, pianotoetsen, orgelpijpen en een boogbruggetje in een oud-hollands stadje te zien zijn. De signering op de ex libris luidt Aug. Magdelijns fec.

Na 3 augustus 1940 raakte de 32-jarige Jacques op minder gelukkige wijze op twee terreinen betrokken in het culturele en politiek-maatschappelijke leven van het tot mei 1945 in nationaal-socialistische, fascistische geest bestuurde Nederland.

In het jaar 1939 bloeide de beiaardcultuur in Nederland en Belgie als nooit tevoren. Er was een Nederlandse Klokkenspel Vereniging (NKV), die de zogenaamde Belgische vernieuwingen, geinspireerd en gestimuleerd door Jef Denijn, omarmde. Daartegenover bestond er een Nederlandse Klokken- en Orgelraad (NKO) die een Hollandsche Speelwijze verdedigde. Die wijze van spelen werd gepropageerd door Jacob Vincent, beiaardier van het Paleis op de Dam, voor zijn werk op 1 maart 1940 koninklijk onderscheiden, tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. ( Jacob Vincent bespeelde het klokkenspel van het paleis van 1900 tot 1952 !) In de ogen van de NKV vormde de NKO een bolwerk van conservatisme. Dit verwijt sloeg op de hollandse, gedragen, traditionele wijze van van het bespelen van de beiaard. De belgische vernieuwingen kenmerkten zich door vlugger en levendiger spel.

In het sociaal-culturele landschap ontstaan tijdens de Duitse bezetting reeds in 1940 belangrijke veranderingen. Van alle ambtenaren en studenten wordt een arierverklaring verlangd. Als gevolg van universitair verzet daartegen worden de universiteiten in Delft en Leiden gesloten. In Den Haag wordt de joodse directeur van het Conservatorium, Sam Dresden ontslagen en vervangen door Henk Badings, de laatste een leeftijdgenoot van Jacques. Verder wordt een Departement van Volksvoorlichting en Kunsten ingesteld, onder leiding van secretaris-generaal T. Goedewaagen. In het begin van 1941 woont Jacques als enige beiaardier, met kopstukken uit het nederlandse muziekleven, zoals dirigenten en jonge (onder wie Henk Badings ?) componisten, een bespreking bij op dat departement . Als uitvloeisel van die vergadering krijgt hij van Goedewaagen de opdracht, richtlijnen te ontwerpen voor een grondige reorganisatie van het muziekleven in ons land. Jacques' meningen, ontboezemingen hierover, neergelegd in een brief, gericht aan Jef Denijn, bevatten uitspraken zoals: "Alleen de in Mechelen opgeleide beiaardiers komen in aanmerking voor de drie ter beschikking gekomen beiaarden, op een behoorlijk salaris en als opleiders van jongeren in het vak." En: "Beiaardiers boven de 55 met nevenbetrekking moeten met pensioen worden gezonden." Ook vindt hij, dat beiaardiers, zoals Vincent, Hasselaar en Casparie moeten verdwijnen. Verder noemt hij Van Balkom, Meyer en Timmermans als beiaardiers die geen hand uitsteken voor vernieuwing.

Eind 1941 wordt een Muziekgilde ingesteld op advies van een Kultuurraad en Kultuurkamer, geadviseerd door o.a. Henk Badings en Mengelberg. Of en in welke mate de "adviezen van Jacques" in de praktijk zijn gebracht is onduidelijk. In de nederlandse beiaard/muziekwereld zal hij zich bij vele vakbroeders niet geliefd hebben gemaakt.

Men kan vaststellen, dat de jonge, ambitieuze Jacques zich aktief (en nogal agressief) mengde in een richtingenstrijd in de beiaardierswereld en (wellicht in het kielzog van Henk Badings) koos voor een samenwerking met het in Nederland heersende fascistische regiem. Daarbij kan men niet geheel uitsluiten, dat ook ideeŽle, meer persoonlijke opvattingen er een rol bij speelden. Naast wellicht ook een vererende vriendschap met Henk Badings, die na de oorlog gedurende twee jaar een "beroepsverbod" opgelegd kreeg voor zijn gedragingen tussen 1940 en 1945.

In de oorlogsjaren voorzag Jacques in zijn middelen van bestaan door een aanstelling als beiaardier (onder meer in Haarlem) en met het geven van piano- en orgellessen. Er bestaat 1 geluidsdrager, waarop Jacques de beiaard van de St. Eusebiustoren in Arnhem bespeelt. Hij deed dat op 11 augustus 1941.En speelde de compositie Andante Cantabile van Jef Denijn. Te vinden op label Sonante CD 1499862, uitgegeven in 1999: Historische beiaardopnamen 1941-1983. Vermeldenswaard is ook, dat Jacques als uitvoerend musicus meewerkte aan de geluidsfilm De Rembrandtdag, waarvan de premiere op 1 juli 1944 plaatsvond. (en die schrijver dezes enige jaren geleden op televisie vertoond zag) Een film met zwaar antisemitische strekking. Traditioneel, van de middeleeuwen af, is de rol die de joden speelden in de geldhandel altijd aanleiding geweest voor diabolisering; in het Europa van de twintigste eeuw leidend tot de shoah. De genoemde film, over het leven van Rembrandt, moest aan die massamoord bijdragen.

Duister is, wanneer en waardoor Jacques in 1945, dan wel misschien na Dolle Dinsdag, in september 1944, naar het zuiden van ons land ging en hoe hij zijn bestaan vervolgens voortzette. Zeker is, dat hij na 1945 in Zuid-Afrika in verschillende funkties in het muziekleven werkzaam wordt en ook op verschillende lokaties woont: in ieder geval in Craddock en in Ladygrey. Onder meer heeft hij een baan bij de inspectie van het muziekonderwijs in Zuid-Afrika. Voorts bespeelt hij het kerkorgel in de kleine steden waar hij woonde, geeft er muzieklessen en leidt plaatselijke koren. Kontakten met Henk Badings die in Zuid-Afrika onder meer in opdracht werk componeert, zullen er ook zeker zijn geweest. De relatie tussen beide mannen is te zien als een voortzetting van de kontakten in de oorlogsjaren, maar geeft met name uitdrukking aan een van de kant van Jacques blijvende verering voor Henk Badings en diens muzikaal talent. Nadat Jacques in de jaren zeventig van de vorige eeuw voorgoed in ons land terugkeert en zich als muziekleraar in Noord-Brabant vestigt, ontstaat bij hem de behoefte om zich in de compositieleer te bekwamen. Daartoe meldt hij zich bij Henk Badings die sinds 1962 aan de Rijks Universteit Utrecht als docent is verbonden en (overigens in Stuttgart een professoraat in de compositieleer vervult). Teneinde ten behoeve van zijn studie niet te ver behoeven te reizen woont hij tijdelijk in bij het gezin van een nichtje, Riek Bout, dochter van zijn oudste zuster, in Bilthoven. Niet bekend is, of hij deze studie heeft afgerond.

Jacques Vermaak met onbekende vriend
Jacques Vermaak heeft in de relationele sfeer geen stabiel leven gehad. Er waren veel kortdurende vriendschappen met mannen en zelfs een enkele dagen durend huwelijk met een vrouw. Over zijn homosexualiteit heeft hij zich nooit geuit, hoewel die via samenwonen met vrienden wel manifest was. Gedurende zijn leven is die gerichtheid helaas binnen zijn familie, noch in de maatschappelijke kringen, waarbinnen hij zich bewoog, openlijk als positief aanvaard. Aan het eind van zijn leven leidde dit ook tot een definitieve breuk met zijn familieleden, die ook niet van zijn overlijden in kennis werden gesteld. Slechts een nichtje, de dochter van zijn jongste zuster, woonde de begrafenis in Zeeland bij. Een vriend van Jacques was executeur-testamentair.

Jacques leerde ik kennen toen ik in 1958 door Cobi kennis maakte met haar ouderlijke families: Bout en Vermaak. Op onze trouwdag in 1960 was Jacques een joyeus en hartelijk familielid, hetgeen op fotoos, gemaakt op die dag, duidelijk is te zien. Gedurende zijn verblijf in Zuid-Afrika - waar hij ook een grote vrienden - en kennissenkring had opgebouwd - logeren soms langer dan een half jaar bij hem zijn oudste zuster, het genoemde nichtje en een oude vriend uit Delft. Bij belangrijke momenten in de familie, zoals geboorten, liet hij altijd van zich horen. Ik zag in hem een family-man, evenwel zonder klassiek gezin. Toch heeft hij gelukkig nooit in een sociaal isolement geleefd. Bekend is, dat hij gedurende een bepaalde periode in Den Haag ook bijeenkomsten van een vrijmetselaarsloge op de Fluwelen Burgwal bezocht.

In 1940 maakte hij uit politieke naÔviteit en jeugdige ambitie en in het kielzog van vakgenoten in de muziek, "verkeerde" keuzen. Terecht kwam hem dat van 1945 af in ons land te staan op een professioneel isolement. Voor zover ik weet is hij niet gestraft zoals Henk Badings.

Cobi, mijn kinderen en alle nog in leven zijnde familieleden die Jacques hebben gekend denken aan hem terug als aan een spontane, duidelijk aanwezige, vriendelijke man, die zowel zelf gastvrij was alsook tevens een graag geziene gast.



Piet Boekestijn december 2008