herinneringen
overzicht
Piet Ruivenkamp (1931-2002)

Piet Ruivenkamp
Piet ontmoette ik toen onze gezinnen honderd meter van elkaar gingen wonen in de wijk Meerzicht in Zoetermeer. Doordat die wijk grotendeels nog niet was bebouwd, dan wel in aanbouw was, voelden wij ons pioniers in een nieuwe wereld. Onze huizen stonden welhaast verloren in de met zand opgespoten bouwterreinen temidden van uitgestrekt gras- en bouwland. Geen boom of struik was er nog te vinden. Maar, in dat troosteloze gebied, in de middenbermen van de inderhaast provisorisch aangelegde verharde wegen, was Piet ook buiten zijn kleine persoonlijke territoir, huis en tuin, al aktief voor de anderen, voor wat met een te groot woord de gemeenschap heet. Hij zaaide er bloemen en plantte er bollen. Wel twee decennia later kon ik mijn kinderen nog de plekken aanwijzen, waar Piet zijn goede werk had gedaan.

In de nieuwe stad ging de aandacht van Piet vooral uit naar alles wat met het wonen in Zoetermeer te maken heeft. Overal waar hem dat nuttig leek maakte hij zijn ideeŽn erover kenbaar. In de krant schreef hij er artikelen over en besprak die met bestuurders en ambtenaren. Over het stadsleven maakte hij zelfs enkele films. Ook realiseerde hij in vijf stadsdelen een heldere, zeer oorspronkelijke straatnaamgeving. Bij de totstandkoming van het stadstheater was hij een stuwende kracht.

Toen Piet en ik in 1974 voor de gemeenteraadsverkiezingen een tekst voor een PVDA-folder zouden schrijven en ik hem thuis opzocht, had hij die concept-tekst natuurlijk al kant en klaar. De folder kon zÚ worden gedrukt. Een week later viel hij dan ook in alle zoetermeerse brievenbussen. Piet had de foldertekst een opvallende kop meegegeven. Die kop luidde: "Ik ben uw nieuwe buurman ...." Piet's credo was: we moeten een stad maken, waarvan iedere bewoner kan zeggen: hier heb ik het naar mijn zin.

In zijn gelukkig vele en ook vele gelukkige jaren werkte Piet met ijver aan de verwezenlijking van wat in zijn individuele programma om voorrang streed, met grote zorg voor zijn vrouw en dochters. met een hartstochtelijke aandacht voor film, toneel, muziek en architectuur, met veel vakmanschap in de journalistiek. Geheel tegengesteld aan mijn inzet streefde hij in de politiek zelf geen ambities na. Nu ik eraan terugdenk ...., ooit, op een dag, vlak voordat ik met vakantie ging, stak Piet in mijn jaszak een cassette. Het bleek de geluidsband te zijn van een Shakespeare-verfilming, die van Julius Caesar. Achteraf sluit ik niet uit, dat Piet met dat toneelstuk een zachte hint wilde geven, vooral op te passen in en met het politieke bedrijf. Een echte vriendendienst dus.

Piet was, zo denk ik aan hem, voor vele zoetermeerders de goede buurman die beter is dan een verre vriend.

Creatief, origineel en geestdriftig pakte hij de dingen aan. Ik genoot van zijn relativerende grappen. Zowel hij als ik groeiden op in een haagse arbeiderswijk. Beiden hadden we er ook goede herinneringen aan. Echter, wanneer iemand mij vraagt, hoe ik mijn jeugd beleefde in de transvaalbuurt, geef ik spontaan altijd een ernstig antwoord. Toen ik Piet ooit vroeg naar zijn jeugdervaringen in de schilderswijk, diepte Piet, geheel anders dan ik zou doen, uit zijn geheugen vlot een ondeugend stadsjongensavontuur op, waardoor hij en ik met een prettig gevoel van wederzijdse herkenning afscheid namen. Dat afscheid vond plaats in het haagse verpleeghuis waar Piet in het laatste jaar van zijn leven verbleef.

In "zijn" krant stond bij het In Memoriam een foto die hem goed typeerde. Je ziet Piet weer op pad gaan. En nog even kijkt hij vriendelijk om.